|
|
Ik kwam niet uit een ei of buik Of was ik misschien een struik? Nee, ik was een piepklein stekje Ze plaatsen mij in een tentje Er werd met mij gekruist Ook mij voorouders waren er ingeluisd Ik groeide op onder een naam Als dendrobium mocht ik verder gaan met mijn bestaan Toen werd ik een pracht van een plant Rondom mij heen hoorde ik gezang Overal waren kikkertjes op planten Eindelijk, een pracht van een bloem Ze wilde mij gaan snoeien Tot iemand zich er mee ging bemoeien De schaar ging terug in de lade Ze moesten zich toch wel schamen Ik stond te stralen en te pralen De bezoekers kwamen eraan En zagen mij staan Ze waren zeer verbaasd En vroegen ‘wat is dat voor een bastaard?’ Omdat ze niet op de hoogte waren van mijn bestaan Ze waren zeer ontdaan En zeiden tot volgend jaar
|
|
|
© Leny Dowling |